Vrouwen bouwen aan Gods koninkrijk

Mirjam

Mirjam is bekend geworden als de zus van Mozes en Aaron, dochter van Amram en Jochebed, uit de stam Levi. Haar naam wordt pas lang na haar eerste verschijning in de bijbel vermeld in Exodus 15:20:

De profetes Mirjam, Aarons zuster, pakte haar tamboerijn, en alle vrouwen volgden haar, dansend en op de tamboerijn spelend.

Mirjam is geboren op het hoogtepunt van de tijd van beproeving van het Joodse volk, de slavernij in Egypte. Dat zie je ook terug in de betekenis van haar naam: Mirjam is niet alleen afgeleid van het Egyptische “geliefde” (zoals ook Mozes en Aaron geen typisch Hebreeuwse namen hadden), maar wordt ook gezien als verwant aan het Hebreeuwse “bitter” (als in: krachtig in verdriet – “marar”, en een bitter kruid “maror” dat wij kennen als mirre), opstandig (“mara”) en verandering (“mor”). De tweede lettergreep ‘jam’ wordt meestal gezien als afgeleid van “zee” (“yam”) en soms als “voorkennis”.

Mirjam was oud genoeg om bewust mee te maken dat Farao met een nieuw bevel kwam: alle pasgeboren jongetjes moesten worden gedood. Ze was getuige van het eerste ons bekende moment van burgerlijke ongehoorzaamheid in de geschiedenis – het moment waarop macht voor het eerst door morele grenzen werd ingeperkt zoals beschreven in Exodus 1:17:

Maar de vroedvrouwen hadden ontzag voor God en deden niet wat de koning van Egypte hun had opgedragen: ze lieten de jongetjes in leven.

In Exodus 2 lezen we over de zus van Mozes die bij hem op wacht bleef staan toen hij, na drie maanden lang in huis te zijn verborgen, in zijn mandje tussen het riet aan de oever van de rivier de Nijl werd gelegd. Wist haar moeder Jochebed dat de dochter van de Farao vlak daarna zou komen baden? Sommige uitleggers denken dat de familie van Mozes en Mirjam aan het hof van Farao werkten als (huis)slaven, en daarom niet in Gosen waren maar vlakbij de prinses woonden. De prinses (volgens de Joodse uitleg heette zij Batya: “dochter van God” – verdiend door Mozes te adopteren) ontdekte de huilende Mozes in zijn mandje tussen het riet en kreeg medelijden met hem. Mirjam bood heel alert aan om een voedster voor hem te zoeken: haar eigen moeder. Zo groeide Mozes de eerste jaren in zijn eigen gezin op. Toen hij geen borstvoeding meer kreeg bracht zijn moeder hem naar Farao’s huis.

Daarna blijft het lange tijd stil rondom Mirjam. Pas na de redding van Farao en zijn ruiters komt Mirjam weer voor in het verhaal. Nu genoemd bij haar naam en in haar functie als profetes, en met een eigen lied dat in Exodus 15:21 in de bijbel staat:

Zing voor de Heer, zijn macht en majesteit zijn groot! Paarden en ruiters wierp Hij in zee.

Rabbijnen zoals Rashi wijzen erop hoe bijzonder het is dat Mirjam en de andere vrouwen op de vlucht uit Egypte hun muziekinstrumenten hadden meegenomen. Zij zien dat als bewijs van Mirjams vertrouwen op God: Israel zou zeker gered worden, God zou wonderen doen, en om die te kunnen vieren nam Mirjam haar tamboerijn mee – en alle andere vrouwen volgden haar voorbeeld.

Het volgende moment waarop Mirjam spreekt is een minder positief verhaal. Aaron en Mirjam betwisten samen Mozes’ gezag als hoogste profeet en leider van het volk. Ook vinden ze het verkeerd dat Mozes met een Nubische vrouw getrouwd is (een zwarte, niet-Joodse vrouw?). In Numeri 12 staat het beschreven: God hoorde Mirjam en Aaron en gebood hen met Mozes naar de ontmoetingstent te komen. Daar spreekt Hij hen rechtstreeks aan en legt uit dat Hij met profeten spreekt door dromen en visioenen, maar met Mozes van gezicht tot gezicht. Woedend vertrekt God en Mirjam wordt getroffen door huidvraat – haar huid wordt wit als sneeuw. Aaron vraagt Mozes om bij God te bemiddelen. Mozes doet dat, en God zegt dat ze zeven dagen apart van het volk moet blijven en dan terug mag komen.  Zo bleef Mirjam zeven dagen buiten het kamp. Het volk Israel reisde niet verder, maar wachtte de zeven dagen tot Mirjam weer bij hen terug mocht komen.

Daarna blijft het stil rond Mirjam. Haar naam en haar woorden komen niet meer voor in de bijbel. Over haar dood wordt wel verteld in Numeri 20:

In de eerste maand kwamen de Israëlieten, het hele volk, in de woestijn van Sin, en ze bleven lang in Kades. Mirjam stierf daar en werd er begraven.

Waar Kades precies lag weten we niet. De naam betekent “Heilig”; dat lijkt aan te geven dat Mirjam volledig hersteld was van haar ziekte en niet meer als onrein gezien werd. Waarschijnlijk bestonden er in die tijd een Oost Kades en een West Kades. West Kades zou Petra in Jordanië zijn geweest.

De zin na die over haar dood en begrafenis is opvallend:

Toen er geen water meer was, liep het volk tegen Mozes en Aaron te hoop.

Aan deze zin wordt in de Joodse verhalen de legende van Mirjams bron gekoppeld: Mirjam trok het water aan, en werd tijdens de tocht door de woestijn gevolgd door een waterbron. Toen zij stierf verdween daarmee ook het water. Als herinnering aan Mirjams bron wordt tijdens Pesach als moderne toevoeging soms ook wel een beker water op tafel gezet: “Mirjams beker“.

Mirjam is altijd een geliefde vrouw gebleven in de Joodse verhalen. Haar laatste vermelding in de bijbel vind je in Micha 6:4, op gelijke voet met haar broers, als leiders van het volk:

Ik heb je weggeleid, bevrijd uit de slavernij in Egypte. Ik zond Mozes, Aaron en Mirjam om jullie voor te gaan.

 

Meer lezen?

Claude Mariottini: Miriam the Prophetess

Moshe Reiss: Miriam Rediscovered (Jewish Bible Quarterly)

Jonathan Sacks: Shemot: Women as leaders



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.